De oerwijze landman
De oerwijze landman
hij zong
het lied van eb en vloed
ja, de oerwijze landman
hij zong
het lied van komen en gaan
Toen ik in 1974 de single Adem mijn adem opnam, in de Dureco-studio in Weesp, was André Groote daarbij aanwezig.Vanaf het begin van mijn loopbaan als zanger-liedjesschrijver speelde hij al een grote rol. In de flat in Zwolle, waar hij destijds woonde, kwamen we één of twee keer in de maand bij elkaar en soms ook welvaker. We schreven en zongen samen onze eigen teksten en speelden gitaar. Ook luisterden we naar elkaars muziek, veranderden elk idee in een gezamenlijk idee en namen met eenvoudige apparatuur nummers op.We kennen elkaar al veel langer, want we zijn volle neven en waren buurjongens. Op zichzelf is dat nog geen garantie om elkaar te willen blijven kennen. Daarvoor is vriendschap nodig; vriendschap die tijdloos is. Op de een of andere manier blijven onze zielen vlak bij elkaar rondzweven, hoe lang we elkaar soms ook niet zien.Wat ik mij nog het beste herinner van die bewuste plaatopname, was de dag dat ik de – inmiddels voltooide – begeleidingsband zou inzingen. De betreffende studio was een kaal en modern gebouw, zonder afleidende sfeer in aankleding of inrichting. Alles wat je aan sfeer in een nummer wilt leggen, moet je als zanger voor de volle honderd procent uit jezelf halen, wat een voor- of een nadeel is, afhankelijk van iemands voorkeur. Staande in die lege ruimte, met enkel wat verlaten muziekstandaards om me heen en een warme koptelefoon op het hoofd, zong ik mijn tekst.In de regelkamer, achter de grote glazen wand, zaten een technicus, mijn producer Bert Schouten, twee geïnteresseerde bezoekers en André. Na de gebruikelijke veertig keer inzingen werd mij meegedeeld dat men tevreden was en men vroeg mij of ik naar het resultaat wilde luisteren.Het resultaat mocht er zijn. Nu heb ik het niet over mijn eigen aandeel; daarover mag een ieder zijn of haar eigen mening vormen. Ik heb het over het feit dat er een tweestemmige versie uit de luidsprekers klonk! Om te zeggen dat men verbaasd was, zou te zwak zijn uitgedrukt. De technicus deed verwoede pogingen om uit te vinden op welk spoor dan wel die tweede ‘spookstem’ stond, maar tevergeefs. Zodra mijn stem hoorbaar werd, was er ook die tweede stem. Zelf kende ik André goed genoeg en ik wierp een snelle blik op hem.Ze stonden er, zijn ‘indianen’ – zijn speciale hulpkrachten uit de onstoffelijke wereld – die hem bij zijn werk steunden. Ik wist dat zij het geweest moesten zijn die zijn stem langs de mijne hadden gelegd. Maar hoe leg je zoiets uit aan mensen voor wie zo’n verschijnsel nieuw is? De beide bezoekers voelden zich door de gebeurtenis zo slecht op hun gemak dat ze de benen namen. Jammer! Als ze waren gebleven, dan zouden ze hebben gemerkt dat na enkele keren afspelen de tweede stem weer verdwenen was. André zong – nu in levende lijve – de tweede stem. De plaat werd uitgebracht en werd een hit.
Enkele jaren later waren we op een avond bij mij thuis in Groningen. We zaten te kaarten, toen er opeens twee jonge mensen in mijn kamer ‘verschenen’. We kenden ze niet, maar we wisten beiden dat ze iets met een kaping van doen hadden. Nu wilde het geval dat er op dat moment een gekaapt Lufthansa-vliegtuig in Somalië aan de grond stond. Wereldnieuws! De associatie werd door ons snel gemaakt, ofschoon we niet begrepen wat wij met deze zaak te maken hadden. Plotseling zagen we het toestel en de vliegveldgebouwen voor ons. We merkten elk weer andere details op, die we nauwkeurig aan elkaar beschreven.Lichtflitsen aan beide uiteinden van het toestel luidden minuten van hevige onrust in, die tenslotte verdween en plaats maakte voor een intens gevoel van vrede. Toen ik even later op de klok keek, zag ik dat het omstreeks half één was, terwijl de eerste beelden kort na middernacht waren verschenen. Ik zette de televisie op Duitsland 3 aan, waar nog een programma liep. Lang hoefden we niet te wachten. In het beeld verscheen een tekst waarin stond dat alle passagiers in Somalië waren bevrijd. Dit zijn maar twee voorvallen uit een lange reeks gebeurtenissen, waarvan sommige te persoonlijk en andere te moeilijk zijn om te beschrijven. In ieder geval zouden ze dit verhaal te lang maken. ‘Wat heeft dit alles te betekenen’, zal menigeen zich misschien afvragen. ‘Wat is dit voor een verschijnsel?’ en ‘Wat is het doel?’ en ‘Waarom zij?’ Ik meen dat er vele verklaringen zijn, maar voel mij niet geroepen om er in dit kader enkele naar voren te brengen. Aan André’s verzoek om sommige gebeurtenissen openbaar te maken heb ik graag voldaan. Maar verklaringen laat ik aan hem over. Dat is nietmijn werk, maar het zijne. Dat is ook waar het in dit boek om gaat.Verklaringen, niet van opvallende wonderen of tovenarij, maar van persoonlijke ervaringen die al wonderlijk genoeg zijn. Voor het eerste voorval – de tweede stem op de band – wil ik toch nog wel een mogelijke verklaring geven: misschien hebben André’s ‘indianen’ als deel van hun wijsheid evenveel gevoel voor humor als hijzelf.
Peter Schaap