Tweeduuster; de auraschool


De dorpsoudste is de God die Adam en Eva net zolang zal blijven bijschaven tot ze volmaakt zijn!


Vroeger

Vroeger kon ik vliegen

altijd net op tijd

ontsnappen aan onwillige handen.

Vroeger kon ik klein zijn

als een muis

altijd net op tijd

ontsnappen aan onwillige ogen.

Vroeger is nu

want eens geleerd

is nooit vergeten!

Zwarte en witte magie zijn elkaars tegenovergestelden en horen toch bij elkaar. Zonder witte geen zwarte en zonder zwarte geen witte magie. Als je teveel met het zwarte bezig bent (angst), dan ben je ook zwart. Dan pas heeft zwarte magie invloed op je, omdat je dan met de negatieve lading van de ander meegaat. Doe het dus andersom. Stuur iemand die je zwart wilt aandoen, witte terug, net zolang tot je weer met jezelf in balans bent. Een cliënt vroeg mij over het bestaan van zielenhelften, een mannelijke en een vrouwelijke.Voor mij bestaan die niet op aarde, alleen man en vrouw ten behoeve van de voortplanting. In de geest zijn we onzijdige wezens die dan ook weten wat echte liefde en harmonie is. Men kan totaal in elkaar opgaan. Een klein stukje daarvan vinden we terug in onze seksuele contacten: even het gevoel hebben in elkaar op te gaan. Dit is slechts een flauwe afspiegeling van wat werkelijke liefde is. Liefde zonder seks kan vaak een veel beter beeld geven van hoe men zich als geest voelt. Daar wil ik het volgende voorbeeld van geven. Je komt iemand tegen en je zegt geen woord. Je kijkt elkaar aan. Er is iets van herkenning in de ogen van die ander wat je heel erg bekend voorkomt. Je voelt de eenheid van ziel, maar op het moment dat je met woorden gaat vragen aan die ander of aan jezelf waar dat gevoel vandaan komt, is het weg. Je zou zelfs dan daarna met die persoon ruzie kunnen krijgen, omdat je op aarde allebei totaal andere sociale structuren hebt, c.q. geloof, politiek, inzicht. Dit is vaak wel jammer en ik denk dan ook wel eens: kenden wij die geestentaal, alleen elkaar aankijken en herkennen, maar wat beter.

De dorpsoudste

Een paar weken geleden had ik een vreemde droom. Ik zit in een rivier. De rivier is niet zo diep, ik zie het water over de keien kolken. Aan de kant lopen mensen die bij mijn stam horen en achter mij zie ik stamgenoten. Een man zie ik echt. Hij heeft een baard en heeft een dierevel om. Ik zelf worstel met een boomstam die in de breedte in de rivier moet komen te liggen. Door de stroming dreigt hij telkens naar voren te schieten. Op de een of andere manier beland ik achter de boomstam in een soort bouwsel van marmer. Het marmer zit overal om me heen, op zo’n tien tot twintig centimeter afstand, als een cocon. Ik weet dat ik in dit bouwsel omhoog moet klimmen en moet onthouden aan welke kant de rivier is. Met een rustig gevoel klim ik verder en het is alsof ik weet waar ik wel of niet langs kan. Ik kom in een witte keuken uit. Ik moet me steeds op verschillende plaatsen verstoppen, want ik benin ’t huis van een vrouw met lang haar, die telkens door het huis heen en weer loopt en dus zo nu en dan ook in de keuken komt. Als ik haar weer aan hoor komen, ga ik vanaf een plank bovenaan de muur snel achter de keukendeur staan in de hoop dat de deur mij zal bedekken als deze open gaat. Ze ziet me inderdaad niet en daar verbaas ik me dan over. Ik verbeeld me dat ze glimlacht. Ik glip de keuken uit door een volgende witte deur en ik sta in de halmet de trap en de voordeur. Ik hoor de vrouw weer aankomen en ga de trap op. Ik denk later: vreemd, ik moest toch naar buiten? De vrouw gaat ook naar boven, maar heeft me nog steeds niet opgemerkt. Boven kom ik langs twee eenpersoonsbedden en daar waar ik niet verder kan, staat een tweepersoonsbed. Ik weet dat dat van haar is. Plotseling zeg ik iets als: ‘Ik ben slechts geest, geen lichaam’, en ik zweef boven haar bed ‘onzichtbaar’. Ik vraag me af waarom ze niet de aanwezigheid van een geest voelt. Als ik wegga, kijk ik nog evendoor de deur van het kamertje en we glimlachen tegen elkaar. Dat doet me aan mijn moeder denken. Opeens ben ik weer bij mijn rivier. Ik sta op een grasveld met voo rmij een stapel boomstammen van ongeveer drie meter hoog. Achter deze stapel stroomt de rivier. Opeens sta ik op de stapel boomstammen naar een gebied van de rivier gekeerd waar mijn stam nog steeds is. Op het land naast de rivier en ongeveer op mijn hoogte zit de ‘dorpsoudste’ hout te snijden. Hij vraagt me iets en ik het niet helemaal eerlijk is dat de rivier niet in ’t gebied achter de stapel boomstammen stroomt. Ik herhaal dit nog een paar keer. Dan is de droom afgelopen. (Robin de G. uit D.)

Om maar met het laatste te beginnen, Robin het is ook niet eerlijk. Ik denk soms ook wel eens: ik ben me niet totaal bewust van alle vorige incarnaties. Waarom alleen maar fragmenten, waarom alleen maar een deel, een blik, een gevoel. Je zou het haast tweestromenland kunnen noemen: de wereld waar je vandaan komt en de wereld waarin je je bevindt. Toch is de rivier het symbool dat door tijd en ruimte als het levenswater met ons meestroomt; waarin wij moeten zwemmen, buigen of barsten, kopje onder, kopje boven, tot er een vervoermiddel is ontdekt. Ik denk dat het eerste vervoermiddel dat ooit op een rivier gebruikt is, de boomstam is geweest. Je kon je er moeilijk aan vasthouden: het rolde en dolde, maar toch is het een vorm van houvast. Het zijn beelden uit een vorig leven die boodschappen overbrengen of adviezen geven naar het heden. Zo zal het ook met jou zijn geweest, op die rivier. Met de boodschap van een worsteling tegen deelementen in om een houvast te kunnen bemachtigen. Maar uiteindelijk lukt je dat in dit leven, want je komt aan land met veel kunstgrepen getuige het kunstwerk van marmer. Jouw hele droom is een boodschap. Je komt eerst in de keuken, het symbool van geestelijk voedsel. De keuken is wit, dus er is iemand die jou het beste toewenst. En dat is de vrouw die je niet wilt zien,waarmee je in het dagelijkse leven strijd levert. Je mag het hele geestelijke huis van jezelf bekijken. Op de slaapkamer wordt dat nog een keer bevestigd door die twee eenpersoonsbedden. Deze zijn het symbool van ieder in zijn waarde laten. Je bent het zelf die wegloopt voor een confrontatie met jezelf. Je kunt een ander de schuld geven, maar nogmaals, niemand legt je een strobreed in de weg. De glimlach bewijst dat je het heel goed bedoelt met elkaar: de vrouw in je visioen en jij. De vrouw doet je aan je moeder denken. Ik denk dat zij jouw moeder is zoals zij er zelf graag in haar eigen visioenen uit wil zien, dus toch een en dezelfde persoon. Ik zou jouw moeder maar als een vriendin en bondgenoot zien voortaan, want dat is ze zeker wel waard.In het laatste deel van je uittreding kom je terug in tweestromenland, bij de zwijgende dorpsoudste die hout snijdt. Uit het goede hout gesneden worden heeft tijd nodig, inzicht, fantasie, maar bovenal wijsheid. Dit houtsnijwerk komt nooit klaar in één mensenleven. De dorpsoudste is de God die Adam en Eva net zolang zal blijven bijsnijden tot dat ze volmaakt zijn.


De bron en de steen

Ongeveer tien jaar geleden droomde ik het volgende. Doelbewust loop ik naar een deur die naar een kelder leidt. Ik loop heel bewust de trap af en ga naar een plaats waar een soort tafel van stenen staat. Ergens achter die tafel ligt nog een steen en onder die steen ligt iets dat ik pak. Mijn herinnering zegt dat het een enveloppe was. Dan weet ik niets meer. Elke keer als ik het moeilijk had, kwam die droom terug en ik wist niet wat ik ermee moest doen. Ik weet het ook nu nog niet, maar wel begin ik steeds meer het gevoel te krijgen dat in deze droom wel eens een sleutel zou kunnen liggen voor mijn leven.

De bron is onuitputtelijk en steeds verder weg dan je denkt. Als er op alle vragen een antwoord is, is er steeds weer een vraag op ieder antwoord. De bron is onuitputtelijk en zolang er leven is, ben je op zoek naar het diepst van je innerlijke ik. De bron en de steen uit jouw droom geven dezelfde plaats aan en hebben daarmee in dit geval dezelfde betekenis. Maar het is niet alleen de bron van het ALL willen doorgronden, het is ook een veilige plaats om te schuilen gedurende het stoffelijke leven dat je leidt. Het is het veilige hoekje waar niemand anders bij kan komen dan alleen jijzelf. Als je jezelf een tijdje kwijt bent, wanhoop dan niet. Het is slechts hun gordijn van schijn dat andere mensen om jou heen spinnen. Je bent het zelf die het spinrag aan de kant kan schuiven door je in te denken hoe veilig het daar was bij de steen of bij de bron. Daar zul je dan weer moed uitputten en verder gaan.


Het paspoort

Kunt u mij helpen in de begeleiding van mijn negenjarige zoon Machiel? Toen hij ruim vijf jaar oud was, is zijn oma met wie hij een zeer hechte band had zeer plotseling overleden. Sindsdien maakt hij ‘snachts uitstapjes naar de hemel en vertelt hij dat hij regelmatig gaat theedrinken bij haar.Toen ik vroeg hoe hij dat deed, vertelde hij: ‘Het is heel makkelijk. Je moet je paspoort bij je hebben. Het is een dubbelgevouwen papier dat met knoopjes dichtzit en met een geheim merk erop, iets wat de poortwachter kan zien als hij een speciale bril op zet. Dan mag je door de poort. Het paspoort moet dicht. Sommige mensen mogen het niet zien, anders krijgen ze de bibbers. Je moet een lange trap op waarvan de eerste vier treden de gekste zijn. De eerste twee zijn gloeiend heet, de laatste twee ijskoud om af te koelen. Het is moeilijk om erop te komen. Daarna kun je verder. Je moet nog door de Tarzan-bocht waar je bijna over je kop doorheen gaat, dan door een zwembad, nog een gewone trap en dan kom je bij de poort. Er zijn twee poortwachters. Je laat je paspoort zien en dan kun je binnen. Dan ga ik naar oma. Er zijn daar veel meer mensen. Jezus is er ook. Hij komt ook wel eens theedrinken. Soms zingen ze ook, heel zacht, maar ik kan het wel horen. Na een tijdje vraagt oma of ik het bij me heb. Maar ik weet niet wat ze bedoelt, en dan moet ik terug.’Sinds hij aan yoga doet, gebeuren deze uitstapjes meer, tenminste hij vertelt er meer over. Niet alle ervaringen zijn blijkbaar prettig, want hij kan nogal eens wakker worden met een angstig gevoel. Ook tijdens de yoga wil hij zijn ogen niet dichtdoen, omdat er dan heksen en monsters komen. Met ogen open komen ze niet. Wat kan ik doen om hem te helpen deze ervaringen positief te verwerken en te zorgen dat hij deze gave behoudt. (Mw. L. S. uit R.)

Ik kan heel kort zijn. Er is niets om je ongerust over te maken. Hij redt het wel. Tot zijn veertiende zal hij nog wat dromerig zijn en dan is het afgelopen.


Stofzuiger

Ik droomde dat ik een vrouw was met donker, krullend haar en een jurk aan. Ik kwam in een huis waar een verhoging was en waar ik op ging zitten. Naast de verhoging lag een slaapzak, waarin een man lag die even later rechtop ging zitten. Ik vond het eerst een eng mannetje. Hij was niet groot, had een misvormd gezicht met krullend haar en een krullende baard. Hij zei dat ik hem moest helpen met een raadsel, want dan kon hij iets winnen. Het woord eindigde op wang. Het mannetje hield van rotte dingen,schimmel enz. Opeens veranderde ik in een man met blond haar. De puzzel was een groot vel papier met woorden erop en onder die woorden zette ik letters. Het mannetje lachte omdat het zo goed ging. Nu zou hij winnen. Ik zou voor hem het papier weg gaan brengen. Opeens veranderde het vel papier in een stofzuiger, keurig gepoetst en de kabel netjes opgerold. De vrouw die ik eerst was, kwam met precies dezelfde stofzuiger aanlopen, ook keurig gepoetst en de kabel netjes opgerold. (R. V. uit K.) (14 jaar).

Het huis waarvan je droomde, kun je symboliseren als je geestelijk huis, je eigen interieur. De vrouw met krullend haar ben jezelf. De verhoging symboliseert een bewuste uittreding. De slaapzak geeft aan dat het nacht is en tegelijkertijd is de slaapzak in dit visioen van jou een bescherming.De man in de slaapzak is je geleidegeest. Ik moet heel sterk denkenaan jou en een tweeling of hij als broertje van jou. Hij geeft aan dat hij je helpt om de chaos die af en toe in een leven kan ontstaan, op te lossen. Het is heel vreemd en een rare bijkomstigheid dat het woordje wang in jouw visioen voorkomt. Het is namelijk ook de merknaam van een computer wat ook weer versterkend is voor het ontraadselen van problemen. Het leven bestaat er vaak uit dingen op een rijtje te zetten zodat de oplossing logisch te zien is: een soort puzzel, maar als je de stukjes goed op een rijtje hebt staan, is het vaak overzichtelijk en ordelijk. Jouw tweelingbroer helpt je daarmee. Je bent ook niet meer bang voor hem. Het vel papier veranderde ineens in een stofzuiger. Wat kun je duidelijker als symbool aangegeven krijgen voor het schoonmaken van je geestelijk huis en je hulp daarbij van dat kleine mannetje dan een stofzuiger. Het huis is schoon en ordelijk en daar blijft hij je je hele leven in bijstaan.


Afgrond

In mijn droom liep er al enige tijd een man achter mij aan. Hij was me nooit echt opgevallen en als ik hem zag, schonk ik er geen aandacht aan, maar deze keer gaf ik me aan hem over. We liepen naast elkaar. Hij sloeg een arm om me heen. Op dat moment doorstroomde mij een gevoel van geborgenheid, veiligheid en geluk. We liepen een weggetje op naar een huisje. Opeens maakte ik me los en vloog boven een afgrond die de weg naar het huisje afsneed. Eerst dacht ik: ik kan toch helemaal niet vliegen, ik val, ik val. Toen dacht ik: nee, ik val helemaal niet, ik vlieg. Terwijl ik daar vloog, zag ik de man in de bocht naar het huisje rennen om er toch tegelijk met mij aan te komen. Helaas, op dat moment werd ik wakker. (Ineke P. uit L.)

Het huisje is het symbool voor een toekomstig leven. De afgrond geeft aan dat er nog wel het een en ander gedaan moet worden om inveilige haven te belanden. De gedachte dat je niet kunt vliegen, geeft aan dat je de dingen soms veel te zwaar neemt en te gecompliceerd maakt. Je kunt het wel en ook nog veel gemakkelijker dan menig ander. Ik heb het gevoel dat het met een studieperiode en een examen te maken heeft waar je nu nog het idee van hebt dat je dat niet zult halen. Maar jouw visioen geeft aan dat dat wel zal lukken. Degene die jou daarbij begeleidt en jou de veilige haven zal binnenloodsen, is je geleidegeest. Het is een man die je vroeger als klein meisje gekend hebt. Hij heeft een hoed met een klaprand op en een lange jas aan, een broek met brede pijpen en zwarte schoenen. Het wijst op een wat oudere man. De naam Ko, of Koos of Koba, misschien de naam die bij zijn vrouw hoorde, komt heel sterk in mij boven. Ik heb het gevoel dat het geen familie van je was, maar een buurman van vroeger die inmiddels is overleden. Ik zie jou als meisje met blond, lang haar tussen je tweede en derde levensjaar. Je speelt en hij geniet ervan een zo gelukkig kind te zien. De liefde die hij toen voor jou voelde, reist nu in tijd en ruimte met je mee. Hij woonde vanuit jullie voordeur gezien en vanuit het huis komend aan de rechterkant in een huis met een vrij groot raam met ouderwetse gordijnen. Ik zie hem voor het raam zitten, natuurlijk niet binnen met een hoed op en een jas aan. Dat had hij alleen als hij buiten kwam en de hond uitliet.


Ruwhouten kruis

Ik heb regelmatig dromen waarin een hele steile trap of ladder voorkomt die ik op moet. Er ontbreken sporten, of de trap bestaat uit delen die niet op elkaar aansluiten. Als ik dan toch bovenkom, is er geen ruimte om te staan, zodat ik kruipend verder moet. Verder droomde ik onlangs dat een brand in mij een balk verkoolde. De balk bleek een ruwhouten kruis te zijn met een dode Christus eraan. Er kwam een grote golf die het vuur bluste. Daarna werd het kruis afgeschuurd en bleef er een slank kruis over en een Christus die leefde. (Wanny S. uit S).

De trap is het symbool voor je eigen geestelijke ontwikkeling. De trap is steil. Je komt maar moeilijk vooruit. Een stapje omhoog, naar beneden kijken, hoogtevrees. Het gaat te snel. Maar dat is niet jouw schuld. Er ontbreken treden. Dat zijn de treden die anderen weggehaald hebben. Je wordt tegengewerkt in je ontwikkeling, maar uiteindelijk blijkt dat je twijfel over alles je toch naar een enorme groei brengt. Een groei die zekerheid zal brengen en bevestigend zal werken naar jouw ‘geloof’ in meer dan een mens kan bevatten en in jezelf. Soms moet er eerst iets afbranden om nieuw leven te creëren. Denk maar aan de oude volkeren die eerst het land plat brandden om het jaar daarop een vruchtbaarder groen te krijgen: nieuw voedsel voornieuw leven. De symbolen van jouw visioen zijn de symbolen die op deze tijd van toepassing zijn. Maar in wat voor vorm je dit ook beleeft, het is in ieder geval een aanwijzing voor vernieuwing en herwaardering van oude geestelijke waarden die altijd al in jezelf aanwezig waren.


De hemelse tango

Ik droomde dat ik in een ziekenhuis lag met mannen en vrouwen in een soort recreatiezaal. Ik zat te handwerken in mijn bed. Er werd een zieke, oude man, liggend in bed, binnengereden. Hij kon niet praten. We wisten niets van zijn verleden en we voelden dat hij zich hulpeloos en verdrietig voelde. Ik wist dat het verdriet iets met vroeger te maken had. Ineens zat ik met een blauwe kam van de man in mijn handen en probeerde ik er door psychoscopie achter te komen wat de man bezighield, want ik wilde hem verschrikkelijk graag helpen (ik kan helemaal niet psychometreren). Plotseling begon het te wervelen voor mijn ogen en kreeg ik het beeld van de man in zijn jongere jaren (1920-1930) samen met zijn tweelingbroer tegenover hem. Ze hielden een langspeelplaat tussen hen in omhoog. Ik wilde persé de titel zien, spande me erg in en kon hem toen lezen: the sound of music. De mannen hadden zwart met pommade glad achterover gekamdhaar, zwarte pakken aan en droegen een bril met een zwaar, zwart montuur. Ik wist ineens dat de oude man pas weer een beetje plezier in zijnleven zou kunnen krijgen door de desbetreffende plaat te horen. Ik,en met mij de anderen in het ziekenhuis, waren erg blij dat we nu tenminste iets voor de man konden doen. Uitvoerig en uitbundig werd ik bedankt. Geëmotioneerd en blij werd ik wakker. (Mw. A. S. uit W.)

Misschien dat ik ooit eens van je hoor waarom ik bij het concentreren op jouw verhaal zo sterk de tango van Malando voor mijn geestesoog kreeg. Ik zie een man zitten achter een drumstel en een vrijwel identieke man achter een piano. Deze tweeling is sterk verbonden met elkaar door muziek. De titel van de musical is symbolisch bedoeld. Ik vraag mij af of iemand die heel vroeger het orkest van Malando heeft gekend, iets weet van die tweeling. Daarbij komt ook nog heel sterk Duitsland in mij op, en nog preciezer Berlijn uit de jaren ’20-’30. Daar moeten zij gespeeld en gewoond hebben. Maar, geboren zijn ze er waarschijnlijk niet. Mijn gevoel stuurt me dan naar Roemenië, in ieder geval in de richting van dat land, en de twee namen Isaac en Jacob. Ik vind het een hele mooie ervaring die je hebt gehad, vooral met de blauwe kam die het geestelijk bewustwordingsproces symboliseert.Door het haar te kammen met deze kam heb je de man die aan genezijde nog een soort sluimerbestaan leidde, wakker en bewust gemaakt. Zo zie je maar weer: een mens in de stof kan ook een geleidegeestzijn voor een mens die reeds in de onstoffelijke wereld aangekomen is. En daar werd je ook uitvoerig en uitbundig voor bedankt. Ik zou wel eens de titelsong van de musical ’the sound of music’ in een tango-ritme willen horen. Dat lijkt me een volmaakte combinatie voor de beelden die ik kreeg en het visioen dat jij had. Heavenly tango for two.


Gezichten

Ongeveer zes maanden geleden werd ik ’s nachts angstig en gespannen wakker. Ik voelde dat er iemand achter me stond. Ik draaide me om en zag een man van ongeveer veertig jaar oud met bruin-zwarte kleren aan. Ik kende hem niet. Het ergste waren zijn ogen: de kwaadheid en de slechtheid straalde er uit. Na een tijdje verdween hij. De sfeer in de kamer was eng en verdorven. De volgende nacht voelde ik het weer. Ik werd weer wakker en er stond een jongen van een jaar of vijftien met blond haar en spijkerkleren aan. En weer waren het de ogen, zo intens gemeen. Toen liep hij op me af. Pas toen hij vlak voor mijn bed stond, werd ik zo bang dat ik met mijn deken door hem heen sloeg. Hij was meteen weg. Het was verschrikkelijk. Ook was gisteren, ik weet dat het gek klinkt, mijn hele kamer vol met gezichten. Het grote verschil met de vorige keer was dat het normaler was. Het was er gewoon, maar niet zo persoonlijk als die jongen. Bij die gezichten was ik toeschouwer, de jongen zag mij. Hoe kan ik hiermee omgaan? Ik weet dat, als die angst nog eens terugkomt, ik er niet tegen kan. Dat was zo verschrikkelijk. Met zulke mensen wil ik niet kennismaken. Mijn vader en mijn moeder geloven niet in deze ‘onzin’. (Tineke S. uit O.) (13 jaar).

Ik vind het heel zielig voor jou dat je vader en moeder je niet willen begrijpen en dat zij het allemaal maar onzin vinden. Het stomme van ze is, vind ik tenminste, dat het voor jou allemaal echt is, dat jij het allemaal beleeft en ervaart. Juist omdat je er niet over kunt praten met hen, word je er nog angstiger en eenzamer van. In ieder geval kan ik in dit antwoord nu een beetje met je praten. Wat je ziet, zijn mensen die angst uitstralen naar jou en daar word je bang van. Maar heb je er wel eens bij nagedacht dat die mensen misschien net zo bang zijn als jij, dat het juist hun angst is die je ziet en dat je er zelf dan niet bang voor hoeft te zijn? Ik denk namelijk dat de mensen die je ziet, hun leven al hebben gehad en dat zij juist aan jou een fase van hun leven laten zien, waarin het hen slecht ging, waarin zij het moeilijk hadden. Het is niet tegen jou gericht, maar juist voor jou bedoeld. Daar bedoel ik mee dat je door dit te zien, later sneller de negatieve bedoeling die een mens tegen jou heeft, zult begrijpen en herkennen. Deze visioenen zijn een soort opleiding voor later. Het is een soort geestelijke school. Dit heb ik zelf ook meegemaakt en daardoor kan ik nu normaal of paranormaal mensen sneller aanvoelen, hun goede en hun slechte kanten. En zoals je weet: een gewaarschuwd mens telt voor twee.


Glazen cel

Een poos geleden had ik een nare droom. Ik was weggelopen, maar al gauw kwamen er twee agenten achter mij aan die me te pakken kregen. Ik werd meegenomen en in een langwerpige kleine glazen cel gestopt zonder ingang. Ik kon er dan ook niet uit. Alles was wit om me heen en er was damp. Ik schreeuwde keihard om hulp, maar niemand hoorde mij. Plotseling zat er een wat oudere man naast me. Hij was in het wit gekleed, had een baard en wat lang haar. Ik snapte niet hoe hij binnengekomen was. Hij sloeg een arm om me heen en zei op rustige toon dat hij me wilde helpen en adviseerde mij de dingen op te gaan schrijven. Toen werd ik wakker. (Roelanda P. uit W.)

De mensen in de maatschappij hebben jou gevangen gezet. Zij zijn geestelijk de baas over jou als een soort politie-agent die, of het nu recht of onrecht is, ten aanzien van jou alles rechtvaardig vinden,ook al kwetsen ze je ermee. Je kent geen weg terug meer. Je bent opgesloten in je eigen aura. Wat je normaal naar buiten moet zenden, zend je naar binnen. Je bent een gevangene van jezelf. De damp wijst erop dat het inderdaad je aura is. In die eenzame cel zit je terneergeslagen. Je kunt er niet meer uit en je hebt je overgegeven aan dit lot. Dan is er ineens die oude man, de persoon waar je al zo lang naar verlangd hebt, de mens die de helpende hand uitsteekt naar jou. Hij stelt je gerust en geeft je een advies. Hij zegt dat je moet gaan schrijven. Je snapt er niets van. Hoe kan dat nou? Zo geïsoleerd zijn en toch iemand die kan binnenkomen. Maar wat voor mij een weet is, is voor jou misschien straks ook niet meer een vraag. Is de man niet jouw geleidegeest en was hij al niet altijd bij jou? Volg zijn advies maar op, want hij weet het beter dan ik, omdat hij bij jou hoort. Begin maar met een dagboek en vergeet niet ook het verleden op te schrijven.


Man met baard

Een tijdje terug droomde ik dat ik ergens in een ruimte was. Ik was ontzettend bang iets te zien tot ik plotseling een gezicht voor me zag. Ik was toen opeens niet meer in de ruimte. Het gezicht was van een man met een baard die zei: ‘Als je niet meer bang bent, kom ik.’ Toen ik wakker werd, was ik zo bang dat ik mijn zus erover belde. Zij zei: ‘Er werd je toch gezegd als je niet meer bang bent!’ Ik pak deze droom vaak terug als ik erg bang ben. Maar vaker nog,vooral de eerste tijd erna, bracht mijn zus hem mij in herinnering. (Linda P. uit S.)

Wat je doet, is precies wat de man met de baard van jou wil. Hij wil je helpen om je angst onder controle te krijgen. Hij werkt bij jou als een medicijn. Een goed medicijn werkt eerst met de kwaal mee. Hij wil dat je je angst herkent als je aan hem denkt, zodat als hij in de toekomst daadwerkelijk jou gaat helpen, je niet meer bang bent voor jezelf en je eigen onzekerheid. Want dat is je echte angst: je onzekerheid. Een gezicht zonder baard moet nog komen en zal komen op het moment dat je je eigen gezicht heb ontdekt. De man die ik zie, was bepaald niet onzeker, maar wel een individualist die graag door de bossen zwierf en best met zichzelf overweg kon. Hij was een grote natuurvorser en dichter. Zijn naam was Emiel. Hij heeft geleefd in het grensgebied van Duitsland en Tsjechoslowakije. Hij moet een paar boeken hebben geschreven o.a. over vlinders en vogels. Zijn achternaam zie ik niet, maar die vindt hij ook niet belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat hij jouw geleidegeest is en dat hij eraan meehelpt dat op het moment dat je hem niet meer ziet of voelt, je een stukje van hem bent geworden en hij een stukje van jou. Want dat is namelijk altijd de bedoeling van geleidegeesten: niet op zoek naar hen gaan, maar de kwaliteiten ervan aannemen en ermee werken hier op aarde.


Spiegeldroom

Ik droomde dat ik voor de toiletspiegel zat en mijn haar kamde. Langzaam ging mijn beeld toen over in dat van de zoon van mijn broer. Ik dacht toen: wat raar, ik zie Michael in de spiegel en die lijkt toch niet op mij. Heel langzaam vervaagde hij, maar het gekke was dat er helemaal geen spiegelbeeld meer terugkwam, ook niet van mijzelf. (S. T. de G. uit N.)

Verbindingen in tijd en ruimte zijn fenomenen die zeer grillig, plotseling en soms onlogisch schijnen te zijn. De zoon van je broer heeft waarschijnlijk iets in jou gezien wat je een tweelingziel zou kunnen noemen: iemand die door de eeuwen heen met je meereist, waar je ook bent en wat je ook doet. De blik van herkenning is eeuwig aanwezig en kan soms in één minuut in een stoffelijk leven weer herkend worden en overdrachtelijk worden gemaakt. Het is een blik van begrijpen en aanvoelen die misschien niet eens zo bewust van jou naar die ander, in dit geval Michael, gestraald wordt. Hij is het geweest die het begrip van de eeuwige schaduw, waarbij hij zich veilig voelt, heeft herkend. Je bent tegelijkertijd in stof en in leven zijn geleidegeest. In moeilijketijden ben je er voor hem. Zonder dat een van jullie twee het ook maar merkt zal hij meer steun hebben of er zich van bewust zijn. Het zal in dromen of visioenen plotseling aan hem kenbaar gemaakt worden zonder dat hij weet wie zijn tweelingziel of geleidegeest is. Maar het helpt, en dat is het belangrijkste.

Verwerking de grote schoonmaak