Voorspelling over explosie Mount Helen

Bij alles wat ik voel of doe, voel ik me indiaan, met de toespraak van Seattle als leidraad voor mijn leven. Ik raad iedereen aan zijn toespraak “Hoe kun je de lucht bezitten, een indiaanse visie op het beheer van de aarde” te lezen.
De eerste keer dat ik met deze toespraak werd geconfronteerd, was tijdens een televisie-uitzending van de NCRV. Onder begeleiding van prachtige muziek en zijn toespraak, die een voorspelling mag heten en een waarschuwing is ten aanzien van de aarde waarop wij samen leven, liet men daar zien hoe het was en wat ervan geworden was: vervuild water, levenloze woestijnen, eindeloze vuilnisbelten, stalen torens en andere landschapvervuilende elementen.
Je kent het wel: kijk maar om je heen. Ik zat er met tranen in mijn ogen naar te luisteren en te kijken. Het was alsof ik het zelf gemaakt had, het nog ergens in mijn ziel verstopt zat waar ik het – als ik dit niet ooit gehoord had – nooit meer had kunnen vinden. Als klein jongetje droomde ik altijd van een woud met hele dikke bomen, waarachter ik me kon verstoppen. En van mooie zilverkleurige meertjes en glooiende heuvels.
Begin tachtiger jaren zorgde het lot ervoor dat ik op een plek kwam die ik onmiddellijk herkende. Het was de plaats waar ik ooit de eenheid met de natuur zo sterk ervaren had, dat het mij nu nog steeds de kracht en de moed geeft om te blijven hopen dat wij eens van onze rotzooi zullen afkomen.
Zoals de westkust van Amerika, Noord-Californië, de Red Woods die ik, als ik erover praat, ook steeds weer ruik. De heerlijke geur die de bomen verspreiden is het grootste genot wat een mens kan opsnuiven. Het hele gebied van Californië, Oregon tot Wahington-state, voelde ik als mijn land. Met het land waar ik eens stoffelijk één mee was, heb ik nu geestelijk weer dezelfde band.
In de staat Washington ligt ook Mount Helen. Met deze berg voelde ik tijdens mijn bezoek een hele vreemde betrokkenheid. Ik voelde haar aan als een levend wezen dat tot mij sprak. En dat kon ook niet anders, want naast Mount Helen lag een prachtig meer, Spirit Lake, met zilverdennen erom heen gegroepeerd. ‘Where the spirits of the Indians dance as lights in the night’, zoals menig reiziger langs de Chuckenuttrail uitrustend bij het meer in het donker de lichtjes op het water zag. Deze spirits vertelden mij ook wat.
Het was september. Ze vertelden mij van een grote knal, een enorme explosie die zich zou voordoen binnen acht maanden en vijf dagen vanaf dat moment. De mensen die ik mijn verhaal vertelde, keken mij verbaasd aan. Dat zou toch niet kunnen? Zo’n rustige vulkaan als Mount Helen?
Nee, dat geloofden ze niet! En het gekke voor mij was dat ik tot op dat moment niet wist dat Mount Helen een vulkaan was. Ik had alleen gehoord wat de berg en het meer mij vertelden.
In mei daaropvolgend belden vrienden uit Portland (Oregon) en vertelden dat de ramp had plaatsgevonden, exact op de vijfde dag na de achtste maand. De stad Portland was overdag net zo donker als midden in de nacht.
De as daalde overal neer; de rivier vulde zich met boomstammen, vernielde bruggen en bedolf mensen.
Een oude zwerver met zijn hond was een gewaarschuwd man, maar hij geloofde de boodschap niet. Er is nooit iets van hem, noch van zijn hut teruggevonden.
Het landschap ziet er nu uit alsof er een atoombom is gevallen.
Iedere wereldburger zou daar ter plekke moeten gaan kijken om ervan doordrongen te worden met wat voor afschuwelijke dingen wij bezig zijn.
De hoed van Madame Helen is er af en deze hoed nam een gigantische hoeveelheid bos mee. Van al dat hout had men 250.000 huizen kunnen bouwen.
Het land van Seattle heeft er een kale plek bij, maar wel een hele vruchtbare. En dat kun je van andere kale plekken op deze aardbol niet zeggen.
Moet er altijd eerst een klap komen voordat de mens wijzer wordt? Of geeft hier de natuur ook een waarschuwing voor het te laat is? De boodschap van Seattle heb ik in ieder geval goed begrepen: beplant deze vruchtbare aarde met jouw liefde, zodat de nieuwe aarde langzaam maar zeker zal terugkeren.

André Groote in het “Voorwoord van de schrijver” uit Parazicht © 1993