Ervaringen in de werkweken:

Droomwens
Als kinderen in het woud
Tastend………
naar de stilte
Luisterend………
naar het eeuwige ritme
Even ver ver van de wereld
’t rumoer de chaos
Aandachtig Open………
Knisperende bladeren
de zon gezeefd in duizend kleuren
dierengeuren………
’n Lach ’n Traan
Verbrokkeling van muren
uren
slechts momenten in de tijd
Op blote voeten
Dicht bij de aarde
Omarmd
Geborgen
© Copyright Rosa
Tijdens de werkweek van mei 2006 waren we in het druïdendal. We stonden op het punt om een cirkel te maken voor de healing voor de aarde. Plotseling kwam een hele groep Franse kinderen, sommige op paarden en pony’s en andere kinderen druk heen en weer rennend, in het druïdendal.
We keken hoe de kinderen spelend door het dal renden, terwijl de begeleider hen uitlegde wat ze met de teugels van hun paarden moesten doen.
Op een gegeven moment liet André Groote via onze tolk, Ines, aan de groepsleider vragen of hij aan de kinderen wilde vragen of ze mee wilden doen aan de healing voor de kinderen van de aarde.
De groepsleider had zelf een Kelt kunnen zijn, want hij wist veel van het druïdendal en de Kelten af en vertelde op een rustige manier aan de kinderen dat er op Katholieke plaatsen (er staat namelijk ook een openluchtkapel) de Kelten daar vroeger in het druïdendal al waren geweest en vertelde dat er nu een groep uit Holland een healing wilde doen voor de kinderen van de aarde en dat die meneer daar er speciale muziek voor had gemaakt en na zijn rustige uitgebreide uitleg vroeg aan de kinderen of ze het leuk vonden om mee te doen en dat vonden ze een goed idee.
Samen met die groep maakten we hand in hand een cirkel voor de healing voor de kinderen van de aarde en het werd een heel indrukwekkende ervaring voor iedereen die aanwezig was, ook voor die Franse kinderen.
Tijdens de healing waren ze stil. Ze waren er heel serieus mee bezig en er werd niet lacherig gedaan. We konden de vogels horen fluiten en de paarden horen grazen. Ze vonden het prachtig. Er werd een energie gevoeld die de kinderen beschermde.
De kinderen vonden de muziek die André Groote vanuit zijn gevoel gemaakt had klinken als de muziek van monniken, vertelden ze.
Na nog wat napraten met de begeleider vertrokken zij weer met hun paarden en pony’s onder een “au revoir”.
Hans Bergman
Franse kinderen in het druïdendal

Tijdens de werkweek van mei 2006 kwam er tijdens de sessie een reïncarnatie door bij Maureen.
De reïncarnatie van Maureen kwam uit Ierland en de naam van het plaatsje is Cristan (klank). De naam die doorkwam was Marie Melon (klank spreektaal). Het moet zich volgens André rond 1845 en 1865 in Noord Ierland hebben afgespeeld, want dat zijn de jaren die hij doorkreeg.
André Groote kijkt altijd mee tijdens een hypnose en zag het volgende: Marie Melon was eigenaresse van een soort herberg of ontmoetingsplek of ruimte of bar in een dorpje. Er waren paarden en er werden herdenkingen gehouden voor overleden mensen. Het gebouw van de eigenaresse was gedeeltelijk ondergronds en ze wist er heel veel van.
De Engelsen wisten niet wat er zich daar afspeelde en ze heeft mensen geholpen te ontsnappen. Er gebeurden dingen in de herberg die zij alleen wist. Ze is door mensen verraden en werd opgesloten in een kamer. In opdracht van de Engelsen heeft men haar opgesloten, want ze moest mensen verraden, maar ze heeft de namen niet verteld. In een vochtige ruimte is ze liggend op een bank gestorven met een zwarte jas over zich heen.
Ze is overleden in een vochtige ruimte. (Als kind had Maureen astma) Marie Melon is ongeveer 55 jaar oud geworden en dat is in die tijd vrij oud.
Op het bankje kon je staan en door het raam kon je naar buiten kijken. Er zat een boog met ruitjes in het raam. Het is nu een verzetsmuseum en het moet er nog precies zo uitzien, alleen heeft het een andere verfkleur dan weleer. Het is in een andere kleur geschilderd, het is nu wit, zei André. Misschien is het nog te vinden?
Maureen
Opmerking uitgezocht: 1845 blijkt het begin van de hongersnood in Ierland te zijn die miljoenen mensen het leven heeft gekost en dat veroorzaakte de trek naar Amerika, Canada en Engeland.

In een werkweek met André Groote zag een deelnemer een vuurtoren van Atlantis. Hij beschreef Atlantis als een mooi glooiend landschap.
Twee weken later kwam in het nieuws dat men in Egypte een haven onder water had gevonden.
Opmerking uitgezocht: Een tsunami heeft ooit aan de kust de haven in Egypte en de haven van het Romeinse Neopolis in Tunesië in het water doen zakken.
Toen ik voor het eerst met André meeging met zijn paranormale werkweek dacht ik, ik ben een koelekikker. Ik verander daar niet van. Maar dat was een grote misrekening. We kwamen aan in het hotel.
Frère Joseph was een kluizenaar en de kapel van Frère Joseph werd door veel mensen bezocht. Veel mensen die in de kapel kwamen kregen daar steun en kracht om verder te gaan op hun levensweg.
Veel emotionele momenten zijn er geweest. Ook van mensen uit de groep van André. Veel tranen zijn er gevloeid. In het hotel kreeg ik 2 dagen achter elkaar dromen die mij zeer emotioneel maakten. Maar het was een heerlijke tijd. We waren net een grote familie, veel sessies hebben we meegemaakt.
Vooral met foto’s van de deelnemers. Dat daar aparte dingen uit zouden voortkomen had ik niet verwacht. Toen ik tegenover Ans kwam te zitten en André mij vroeg om mijn hand op haar foto te leggen en mij vroeg wat ik voelde, zei ik: ik voel niets.
Toen zei André: wat denk je dat er op de foto staat? Ik zei: een vogeltje. Hij vroeg: wat voor vogeltje? Ik zei: een parkiet. Het klopte precies: op de foto stond haar vader met de parkiet.
Wij zijn bij de stierenbron geweest om kracht op te doen om verder te gaan. Verder waren er nog veel dingen die de moeite waard waren, b.v. opbloeiende liefdes. Mensen die een arm op hun schouder nodig hadden. Mensen die troost nodig hadden en bemoedigd moesten worden.
Ik wil eindigen met de volgende regels: EEN MENS MOET EERST LEREN VAN ZICHZELF TE HOUDEN VOORDAT MEN EEN ANDER LIEFDE KAN GEVEN. Op liefde en vriendschap komt het aan in dit leven, om iets voor elkaar over te hebben en eerlijk te zijn. Nu en in de toekomst en zorgen voor een goede balans, ook in je eigen leven.
Jan V.

De folder over de werkweek:
In deze week kun je meer van jezelf en anderen leren kennen en begrijpen. Daarbij zal je je verbondenheid met Moeder Aarde ervaren. Kortom: je krijgt volop de gelegenheid om innerlijk te groeien.
We verblijven in een gezellig Hotel in Frankrijk in een prachtige omgeving. ’s Morgens zitten we met de groep bij elkaar.
We gaan ons dan bezig houden met onder andere dromenuitleg, psychometrie en eventuele eigen paranormale ervaringen.
Als je die opschrijft, kan je ze gerust meenemen. Er is volop ruimte om je eigen intuïtieve gevoelens te ontdekken en te ontwikkelen. Dit levert soms een hoop stof tot nadenken op, maar biedt ook veel relativering.
’s Middags gaan we er meestal op uit, bijvoorbeeld naar één van de vele Keltische plekken die er in de omgeving zijn.
De algemene sfeer van de week is ontspannen. Eigenlijk zou de week dan ook de vakantiewerkweek moeten heten. De bedoeling is dan ook dat na afloop ‘de batterij’ weer behoorlijk opgeladen zal zijn. . . !
Je mag foto’s meenemen voor de psychometrie-oefeningen. Zonder toestemming van de persoon in kwestie, worden foto’s niet behandeld. M.u.v. kinderen en ontoerekeningsvatbare personen.
Er wordt na aanmelding altijd een keuze gemaakt door paragnost André Groote of men aan de werkweek mag meedoen. Aanmelding betekent dus niet automatisch dat het altijd wordt geaccepteerd.
Er is één adressenlijst die ik koester en zeer zorgvuldig bewaar.
Dat is de lijst met namen van de deelnemers aan de paranormale werkweek van André Groote in Frankrijk. Veelvuldig is er over en weer contact tussen de mensen en worden ervaringen en dromen uitgewisseld.
Heb je het bijvoorbeeld moeilijk of heb je iets geks gedroomd of meegemaakt; er is altijd wel een luisterend oor en iemand die je snapt of weer wat op weg kan helpen.
Paranormaal begaafd ben ik overigens niet en mijn omgeving ziet het dan ook enigszins meewarig aan dat ik inmiddels jaarlijks André na reis naar Frankrijk.
Ach, ik mag mezelf inmiddels wel “verslaafd” noemen en de weken zijn voor mij steeds weer zeer leerzaam en echt onvergetelijk.
Voor mij is de week altijd een oase van rust, gezelligheid, inzicht en inspiratie, zo midden in mijn hectische leventje van alledag.
Zonder van alles te “moeten” oefen ik lekker mee met allerlei opdrachten die we van André krijgen. Ben jij er ook zeker van dat je niks zult zien of voelen als je een foto vastpakt van iemand?
Ik heb het inmiddels meer dan eens geprobeerd en was hogelijk verbaasd dat ik dingen zag en voelde. Je zou nog kunnen denken dat het je fantasie is, maar als je de beelden vertelde aan de persoon die de foto gaf, blijken de indrukken zowaar te passen bij de persoon die op de foto staat.
Dromen vertellen en duiden is steeds weer spannend en zeer leerzaam. Pendelen, telepathie, tarotkaarten of astrologie. Allerlei dingen die in zo’n week aan bod kunnen komen en het is vaak hartstikke leuk om aan die dingen te proeven.
Vaak ook blijkt er ineens een bepaald thema als rode draad door de week te lopen.
Een mens heeft een verstandelijke en een gevoelsmatige/intuïtieve kant. In onze maatschappij wordt het ontwikkelen van je verstandelijke kant zeer gestimuleerd en terecht natuurlijk.
Maar wie zorgt ervoor dat de mens zijn andere kant ook op een goede wijze ontwikkeld? Ik geef die kant van mezelf aandacht door o.a. één keer per jaar mee te gaan met de werkweek.
Ik hoop dat ik dan als mens zijnde niet mank zal blijven lopen (door mijn eenzijdige ontwikkeling) maar steeds meer in evenwicht zal komen. Ik weet zeker dat een mens het beste uit zichzelf haalt indien hij/zij de beide kanten in zichzelf aandacht geeft en ontwikkelt.
Maar de werkweek is meer, veel meer! Thuiskomen op zeer oude Keltische plekken, de energie van de aarde voelend en je bewust wordend van je mogelijkheden de aarde wat liefde en genezende energie te geven.
Als je daar als groep mee aan de slag gaat wordt de energie veel sterker en ook duidelijker voelbaar en dat is echt een sensatie om te voelen. Een onbegrijpelijk gevoel van verbondenheid ervaren en (vaak) tot diep in de nacht ervaringen uitwisselen en praten met mensen uit de groep.
Buurten bij “onze beschermheilige” frère Joseph en de kracht en eenvoud van die man en de plek voelen en vervolgens herkennen en koesteren in jezelf.
En “last but not least”; veel gezelligheid en heel veel humor. Een week om eens mee te maken. Veel mensen zien later dat die week een scharnier is geweest in hun leven. Tot ziens, daar, in het mystieke land…….
Ans L.

Twee keer per jaar leidde paragnost André Groote een werkweek in Frankrijk. Tijdens enkele van deze werkweken had hij de volgende bijzondere ervaringen:
Rumpf, de gebochelde van Rosheim en Madame d’ Hell komt thuis
Rumpf, de gebochelde van Rosheim
Dinsdagmiddag rond 13.30 uur gingen we met de hele groep naar een Wodanseik, oftewel een heilige eik. Een prachtige plek in het bos, niet ver van een kleine parkeerplaats. Bij de eik aangekomen, was ik toch even zo egoïstisch om er als eerste tegenaan te gaan staan. Ik kon het niet laten. En dat was maar goed ook.
Daarna ging iedereen om de beurt. Het was prachtig en zeer krachtig. Maar ik was er met de kop niet bij. Alles wat er om me heen gebeurde, was ‘just the side line’.
Mijn voornaamste aandacht ging naar twee zaken: de auto’s op de parkeerplaats, glimmend tussen het voorjaarsgroen te zien, en de eik.
De eik zei me: “Er komt gevaar uit de richting waar de auto’s staan”. Ik zei het drie keer heel hard zonder dat er ook maar iemand van de groep erop reageerde.
Toen hoorde ik wat. En bij de herdershond in mij gingen de oren nog rechter op staan. Plotseling zag ik een vreemde jongen naar mijn auto lopen en naar binnen kijken. In een reflex klapte ik een keer keihard met mijn handen. Het knalde door het bos. De jongeman keek mijn richting uit. Hij moet mij maar vaag gezien hebben tussen het bladerdak door en riep keihard: “Polizei”, waar ik op dat moment niets van begreep.
De rest van de groep was ondertussen ook wakker geworden en rende in een soort vreemde slowmotion naar de parkeerplaats. Ze waren met zijn drieën en al gevlucht. Bij één van de auto’s van onze groep was een achterraampje ingetikt en de achterbank naar voren geklapt. Gelukkig was er niets meegenomen. Ze waren erg geschrokken van de Parapolizei. Want die rol vertolkte ik blijkbaar die dag. Tot na 10 minuten bij mij het kwartje viel.
Ik had kort daarvoor een militair T-shirt gekregen dat ik die dag voor het eerst droeg. Tussen de middag had ik me omgekleed voor we naar de heilige eik gingen.
Ik had het T-shirt aangedaan en een zwart sportjack. Zodoende dachten ze dat ik van de politie was. Ik wil verder ook helemaal niet weten hoe het zonder dat T-shirt zou zijn afgelopen.
Ik ging met de deelnemers van de kapotte auto naar de Citroëngarage in een plaats vlak in de buurt. Dus de geplande trip van de drie meiden, van wie de auto was, kon niet doorgaan. We hadden precies genoeg auto’s voor de werkgroep.
De kapotte auto bleef in de garage en de drie meiden moesten bij mij in de auto.
Ik vond dat we na alle commotie wel iets lekkers verdiend hadden. Dus we gingen naar een andere plaats in de buurt waar de oudste Konditorei van Frankrijk is gevestigd, voor een lekker taartje met koffie.
Recht tegenover deze Konditorei staat een heel oude Romaanse kerk. Het is inmiddels een ingeslopen gewoonte (want om de beurt komt de hele groep hier wel eens voor een kop koffie met gebak) om eerst de kerk in te gaan.
Niet dat daar wat te zien is, want het is eigenlijk een vreselijk saaie, nare kerk. Maar toch. Tijdens het lopen in de kerk kwam ik op een mij zeer bekend ander paranormaal niveau.
Na een paar maal te hebben stilgestaan, moest ik naar een hoek toe waar ik, naar ik me later realiseerde, nog nooit geweest was, of die ik misschien onbewust wel gemeden had. Naarmate ik dichterbij kwam, werd ik overmand door zo’n intens verdrietig gevoel dat ik bijna moest huilen. Als door iets anders buitenom mij aangestuurd, liep ik de kerk uit. Zes treden van de trap af, rechts het straatje in richting stadspoort, stak over;
tussen twee huizen was een doorgang. Daar moest ik langs om het stadje uit te kunnen komen. Maar het was privé-terrein en aan het einde stond een muur.
Ik liep weer terug naar de kerk, vroeg de meiden om met me mee te lopen, liep naar dezelfde hoek als waar ik vandaan kwam, ging staan en deed mijn ogen dicht.
Ik voelde met mijn handen de ijzeren constructie van een kooi waarvan ik wist dat die daar in de Middeleeuwen had gestaan.
Ik was blind, had een bochel, liep mank en men schold mij uit voor Rumpf. Maar mijn werkelijke naam was Hans, meer niet.
Ik was niet alleen in die kooi. Mijn moeder was er ook. Ze hadden het gehad met ons.
Het stadje wilde ons kwijt. We werden tot heksen gebombardeerd.
En we wachtten in de kooi tot de brandstapel klaar was.
Die keurige nette mensen in dat keurige nette stadje – moordenaars, dat waren het toen.
Wij woonden net buiten het stadje, daar waar ik net wilde doorlopen, maar waar nu de muur staat, in een soort hut, half in de grond.
We waren straatarme, bange wezens die er alles aan deden te overleven. Soms was er wat meel en dan bakte ze een brood in een open vuur. Als het dan helemaal zwart was, was het binnenin gaar. Met een scherp voorwerp schraapte ze de zwarte buitenkant eraf en binnenin was het mooi blank en eetbaar. We vulden onze dagen met het zoeken naar voedsel.
Vooral de jeugd sloeg mij en schold mij uit voor Rumpf. Ik kwam vaak thuis onder het bloed.
En dan zei mijn moeder, aaiend: “Je bent niet slecht hoor Hans, want je bent van binnen de mooiste mens die ik ken”.
Nu zaten we in die kooi. En ik had niet veel zin om dat wat daarna nog zou gaan gebeuren ook te aanschouwen.
Ik kon met moeite uit mijn trance komen. De hele dag bleef ik verschrikkelijk verdrietig en elke keer als ik er weer aan denk overvalt me dat verdriet weer, ook nu.
Tegelijkertijd dat ik dit ervoer, zag ik een priester met een lang zwart gewaad de kerk in komen.
Ik vond hem een griezel. Hij ging op onze hoogte in de kerkbanken knielen en zogenaamd bidden. Hij hield ons continu in het oog.
Op het moment dat ik ophield te vertellen wat ik ervoer, stond hij op en liep hij naar de uitgang. Daar bleef hij staan.
Ik liep naar hem toe en vroeg hem zonder blikken of blozen of er hier in de Middeleeuwen ook heksenverbrandingen waren geweest. Eerst zei hij: “Ik ben niet van hier”.
Toen liep hij naar een pilaar – dat wist hij dus wel – waar informatiefolders hingen, pakte er één, gaf hem aan mij en sprak de historische woorden:
“Als het hier niet in staat, is het nooit gebeurd!” Waarop ik zei: “…en de holocaust heeft ook nooit plaatsgevonden”. En foetsie was hij.
We liepen met ons vieren de kerk uit en kwamen onder aan de trap, met rechts onze auto.
Links kwam er ineens een non aanlopen in ouderwetse, gescheurde en kapotte nonnenkleding. Ze keek alleen maar naar mij onder het lopen. De meiden keken ook stomverbaasd naar haar. We hadden hier nog nooit een non gezien. Ze bleef naar me kijken, tot ze uit het zicht verdwenen was. Het was een verschijning. Het was niet echt – dat weet ik zeker.
De keren dat ik daarna nog in het stadje ben geweest was de bevolking zeer argwanend tegenover mij. Sommigen liepen wel tot drie keer terug naar hun auto, om te controleren of ze hem wel op slot hadden gedaan en ze bleven allemaal naar me omkijken.
Ik hoop maar dat Rumpf nu rust heeft met mij en ik met Rumpf.
Hoe ze ook kijken, wat ze ook zeggen, laat ze maar.
Als ik later met de meiden het stadje verlaat, borrelen er ineens woorden in zinnen bij ons op. We zoeken een verdwaald stukje papier in de auto en schrijven het op. Zijn verhaal, opnieuw verteld in deze tijd.
Rust zacht Hans!!
Agnus Dei
De wereld, te donker
Mijn hart, te zwaar, om open te bloeien
De slagen, troffen mijn ziel
Tot ik….. kleiner en kleiner, dieper en dieper,
weggleed in open wonde
Haat….. niet te koop,
weggegeven door de domme, zomaar….. om niet……
Ik….. de Kromme!, Rumpf!,
wordt pijn onpeilbaar diep, om niet!, om niet!
Zij slaan, naar leegheid, in eigen hart,
missen de wijsheid, die ik al eeuwen bezat…..
’t Is waar, mijn blik….. te leeg, maar ik zie!!
Mijn huid, gewond….. draagt toch de liefde
Ik wist van leven, reeds lang voorzegd,
van verder nog, reeds lang voldragen
Ik heb geen vragen meer…..
dit leven droeg mijn laatste ‘zeer’
Madame d’ Hell komt thuis
Zondagavond.
We waren nog maar met een paar mensen in het hotel. De rest van de werkweekgroep zou die dag komen.
Ik was net van plan om naar de ontbijtzaal te gaan, toen ik twee korte bescheiden tikjes op de deur hoorde. “Ja”, riep ik, “ik kom eraan”.
Ik deed de deur open. Niemand te zien of te horen op de lange gang met houten vloeren. “Nou ja, ’t zal wel”, dacht ik en ging naar beneden om te ontbijten.
Die dag heb ik met de kleine groep een prachtige, nieuwe plek ontdekt: Keltisch en voor-Keltisch.
Een dal gezien met een heilige plek om nooit te vergeten. Het zat heerlijk in mijn hoofd en als ik mijn ogen sloot en eraan terugdacht, was ik terug bij het begin toen alles nog HEEL was.
Dinsdagochtend.
We zaten aan het ontbijt. Ineens realiseerde ik me, dat ik buiten een vrouw zag lopen met een hoepelrok en dat ik haar al een paar keer had gezien.
Maar het kwam me zo gewoon over, dat ik op dat moment pas de rariteit ervan ervoer. En dat zij natuurlijk ook niet echt liep, maar dat ik haar alleen maar zag.
Nog een paar keer verscheen ze in mijn parablikveld op de meest onverwachte momenten die dag.
Op deze plek staan nu het hotel, een huis met nog de gevangenismuren erin te zien en de kerk. Van het oude dorp bleef slechts één huis staan. Dit huis viel onder monumentenzorg.
Maar het dorp heeft het huis nooit zien zitten, wilde het weg hebben met de smoes, dat het gevaarlijk zou zijn.
In werkelijkheid waren ze bang voor madame d’Hell die er spookte. Want de vroegere eigenaren van het slot waren ook de eigenaren van het oude dorp.
“Een maand geleden”, vertelde Evelien, “is ondanks veel protest van verschillende historische verenigingen in de buurt, met toestemming van de provincie, het oude huis toch afgebroken”. Dus sinds een maand was Madame d’Hell zwervende.
Donderdagochtend.
Weer net voor het ontbijt.
Twee bescheiden tikjes op de deur van de hotelkamer. Ik riep: “Ja” en deed de deur open. Er was weer niets te zien.
Maar Madame d’Hell, weet ik, is thuis gekomen.
André Groote, februari-2004.
Rosa schreef een gedicht voor de deelnemers van de werkweek die zou worden voorgelezen als we in Frankrijk waren. We zagen een libelle in het stilstaand water van een beekje in het druïdendal.
Als kinderen
in de schaduw
lege handen
koud gezicht
ogen dicht
en gedachten
als gevangen
in ’n stroomloos diep
veranderen
ontspannen
wentelen met …….
tot de draaiing …….
de adem vrijer
kering naar ’t licht
heldere ogen,
warme handen
ruimer vergezicht
en de kleuren
als ’t leven
vlinderend, in de zon
spelend
met ’t zuiverend water
uit oude en nieuwe bron
als kristallen
in de morgen
spiegelend,
delend
wonden helend
en de parels
als gebakerd
in ’n vruchtbaar land
vormend
’n pastel van eeuwen
geschilderd, door een meesterhand …….
Rosa 27 mei 2007
Ik wil graag in contact komen met groepsgenoten van de werkweek in 1991 en 1992.