Beelden op de muur
Toen mijn broer heel ernstig ziek was en tenslotte stierf, werd ik achtervolgd door beelden die ik op de muur zag. Ik zat aan zijn ziekbed in het ziekenhuis toen ik op de muur op twee knielende engelen lijkende figuren zag, ieder aan een kant van een tafel of kist met kleed erop. Ik dacht: mijn broer gaat weg van ons. Daarna zag ik in ons huis op de deur een figuur die licht uitstraalde. Ik zie dat vaker. Mijn buurvrouw heeft veel familie verloren, ook haar man. Als ik ’s avonds bij haar ben, staat zo’n lichtende figuur achter haar. Misschien is het haar man of een ander. Het is te vaag om hem te herkennen. Ook zag ik eens bij mijn moeder een stralenkrans om haar hoofd. Kunt u mij voor dit alles een verklaring geven? (Dhr. J.B. uit P.)
Deze beelden bij het ziekbed van iemand die op sterven ligt, komen vaker voor. Ikzelf heb dit meermalen meegemaakt. De beelden verschillen echter zeer sterk per individu die overgaat naar de andere kant. Het ligt eraan hoe hij geleefd heeft, wie hij gekend heeft, welk geloof hij had en wat zijn eigen verwachtingen (van de hemel) waren. Dat je deze beelden later zag dan het moment waarop jouw broer ziek was en daarna stierf, heeft in tijd en ruimte niets te maken met het achteraf zien of op het moment zelf. Het is iets wat je in je onderbewustzijn opslaat op het moment van de ziekte zelf. Zoals je weet, geloof ik niet in tijd. Die hebben wij slechts gemaakt om er een klok in te kunnen passen. Ik kan uit jouw brief opmaken dat de beelden die je had, sterk geīnspireerd zijn op het rooms-katholieke geloof, vandaar die twee engelen. Het hadden echter ook totaal verschillende personen kunnen zijn die hij in zijn eigen leven gekend heeft, vrienden of familie, die van gene zijde de stervende helpen te begrijpen dat hij of zij weer teruggaat naar waar hij vandaan gekomen is: terug naar de wereld van het al-begrip (eeuwigheidsbesef). Degene die je verlicht zag, was jouw eigen broer die er door die twee engelen, door geestelijke uitwisseling van energieën, bewust van is gemaakt dat hij was overgegaan. Als je namelijk een donkere figuur zou hebben gezien, zou dat betekenen dat de gestorvene zijn stoffelijk lichaam nog niet volledig had losgelaten. Je ziet vaker kleuren en energieën om mensen heen. Dat betekent niet dat er geesten achter of naast iemand staan, maar je ziet de aura, het astrale lichaam van de persoon in kwestie met herinneringen in die aura aan mensen die overgegaan zijn en hem of haar zeer na hebben gestaan. Dit noemt men aura-informatie. Alles, wat een mens in zijn of haar leven heeft meegemaakt, is zichtbaar voor mensen die paranormaal gevoelig zijn, voor de een wat meer dan voor de ander. Dat ligt aan de geestelijke ontwikkeling en levensinvoeling die zo’n persoon heeft meegemaakt in zijn leven.
De lege pij
Ik was vorig jaar erg depressief, zag het niet meer zitten en zag mezelf in gedachten al aan een touwtje bungelen. Die gedachten waren zo intens dat ik bang werd, dat ik inderdaad zoiets zou gaan doen. Het was een vicieuze cirkel, verschrikkelijk! Ook zag ik flitsen van iemand die aan een touwtje bungelde. Ik zag alleen de benen en de voeten. Op een middag ging ik down en moe naar bed. Ik kon de slaap niet vatten. Opeens zag ik een verschijning in een pij die geen gezicht en ook geen handen had. Ik was verbaasd, ontzet, angstig, alles tegelijk. De volgende minuut zag ik aan mijn raam een hele mooie gedaante in zacht, witachtig licht. De gedaante zat op zijn knieën en wees bestraffend, zo voelde ik dat tenminste, met zijn hand naar de pij. Ik was niet slaperig of duf. Ik heb dit in volledig bewustzijn meegemaakt. Daarna heb ik de gedaante van de pij nog verschillende malen in mijn nabijheid gevoeld. Kunt u mij die verschijningen verklaren? (Mw. J. de B. uit D.)
Ik denk dat je, behalve dat je depressief bent, ook wel eens gevoelloze handen hebt. Het is soms net of ze er niet zijn. Dat gevoel komt heel sterk bij mij boven als ik je zie. Ik zie een dertiende eeuwse incarnatie. Je bent toen gestraft voor eigenlijk iets onbenulligs, want je weet dat ze dat toen vaak deden. Je kon nog geen peer stelen of je handen werden afgehakt. En nu straf je jezelf zonder te weten dat dit niets te maken heeft met het heden, maar met het verleden. Ik hoop dan ook dat je na mijn uitleg een diepe zucht zult slaken, weer rustig zult slapen en zult blijven denken: dat depressieve gevoel hoort niet bij het heden, maar komt uit het verleden. Je weet dat, als iemand in die tijd (dertiende eeuw) werd opgehangen, er meestal een priester of monnik meeging naar het galgenveld. De monnik die je begeleidde, zei toen tegen jou: “Blijf maar naar mij kijken, dan zal ik zorgen dat je rustig wordt en toch in de hemel komt, omdat ik geloof dat je eigenlijk onschuldig bent.” Je was een man toen je werd opgehangen. Het stofjasje (je lichaam) bleef hangen en je geest werd zich door de geest van de monnik bewust van losmaking, eindelijk weg uit die benauwde dertiende eeuw met haar inquisitiewaanzin. De monnik is in tijd en ruimte met je meegereisd. Hij is nog altijd bij je. Hij laat nu symbolisch twee dingen aan je zien. De lege pij is het symbool voor het onbezielde, de zelfdestructie, je stofjasje af willen doen, het leven niet meer zien zitten. De verschijning buiten het raam is dezelfde monnik, maar dan in zijn ware gedaante die een en al leven en harmonie uitstraalt, het echte geestelijke ik, ook jouw ik, dat zo stralend kan en zou moeten zijn als hij jou nu laat zien. Wat er ook gebeurt, hij is bij je, want hij is een deel van jou. Hij dwingt jou, dus eigenlijk dwing je jezelf, tot hernieuwde activiteit. Want je kunt dan wel denken dat je gelukkig bent, maar er hoort meer bij jou dan alleen maar huis-, tuin- en keukenwerk. Al die andere talenten heb je niet voor niets gekregen en de tijd is nu rijp om er wat mee te doen. Als je over drie jaar terugkijkt naar nu, zul je pas begrijpen, wat ik bedoel. Het gekke is ook dat je er niet zelf naar hoeft te zoeken, want het komt bij jou aan de deur kloppen.
Mijn vader
Mijn vader is vijf jaar geleden overleden. Een paar weken geleden zat ik samen met mijn broer in de huiskamer televisie te kijken. Mijn broer was in slaap gevallen. Ik had dit eerst niet door en keek gewoon verder. Toen ik opeens naar mijn broer keek, zag ik mijn vader naast hem staan. Ik keek hem aan en hij bracht zijn vinger naar zijn mond. Het leek net ofhij wilde zeggen: houd je mond. Hierna wees hij met zijn vinger naar mijn broer. Toen was hij opeens verdwenen. Ik was helemaal niet bang na dit voorval, maar kunt u me vertellen wat dit allemaal te betekenen heeft? Ik weet zeker dat ik het niet gedroomd heb. Het is echt waargebeurd. (I.S. uit L.).
Ik geloof echt wel dat het waar gebeurd is. Zulke dingen maak ik vaak mee. Een paar weken geleden was ik bij kennissen die in een verbouwde boerderij wonen. Ik nam afscheid, liep de achterdeur uit en ineens, rechts naast me, zag ik een klein bakkertje zitten met alles erop en eraan, zelfs zo’n hele grote muts. Het was een heel aardige man en hij zag er tevreden uit alsof hij wilde zeggen: zo heb ik het naar mijn zin. Dat er nu zulke mensen in mijn huis wonen of naast mij (dat wist ik toen nog niet) wonen, bevalt mij wel, want ik heb altijd veel van vogeltjes en andere dieren gehouden, maar ik had daar weinig tijd voor. Dat zei hij tegen mij. Ik keek hem nog even aan. Ik voelde mij erg prettig. En toen was hij verdwenen. Ik vroeg de vrouw des huizes of hier een bakkertje had gewoond. Zij kon daar echter geen antwoord op geven. Aangezien ik vaker zulke dingen meemaak, vergat ik het. Maar een paar weken later kwam ik er weer op bezoek, omdat deheer des huizes, een collega-magnetiseur met een dubbele hernia te bed lag. Zo onder het genot van een kop koffie zei zijn vrouw ineens: “Weet je nog van dat bakkertje, André?” Ik zei “ja”, “Nou,” zei ze, “die heeft hiernaast gewoond. Ik vertelde aan de vroegere bewoners van dit huis wat je gezien had en toen zeiden ze dat rechts van ons een bakkertje had gewoond” (dus precies op de plaats waar ik de deur uit kwam). Voor mij zijn dit soort dingen heel normaal, daarom geloof ik je echt wel. Dat jouw vader naast jouw broer stond en niet wilde hebben dat hij het zag, betekent dat jouw vader voorlopig bij je broer blijft om hem te helpen. Hij heeft het nogal moeilijk. Het is een beetje vallen en opstaan met hem. Hij kan nog niet het goede levens ritme te pakken krijgen. Jouw vader had dat wel en hij zal ervoor zorgen dat je broer op het goede spoor blijft. Ik raad hem in ieder geval aan op zijn rug te passen; het beste zou zijn een keer naar een goede manueel therapeut te gaan.
Verschijning
Wij waren thuis met vier meisjes en een jongen. Toen mijn moeder in 1976 overleed, waren mijn zuster en ik de twee enige kinderen in het ziekenhuis; mijn vader, zwager en echtgenoot waren er ook. Nu moet je weten dat wij tweeën helemaal niet zo geliefd waren, de andere drie wel.Ik was toen negentien jaar. Toen ik in 1980 in verwachting was van mijn zoontje, verscheen mijn moeder bij ons in de slaapkamer achter de deur. Mijn man had die avond nachtdienst. Zij wenkte met haar hand en vroeg mij achter de deur te komen om voorgoed bij haar te blijven. Ik vertelde haar toen dat ik niet kon, omdat ik nog voor mijn dochtertje moest zorgen. Zij was toen zes jaar. Mijn moeder verdween. Maar toen ik de huiskamer binnenkwam, zat ze daar op de bank. Ze had haar handen gevouwen, zat daar als een beeld en zei niets meer. Ook toen ik het licht aandeed, verdween ze niet. Pas tegen de ochtend ging ze weg en ik heb haar niet meer teruggezien. Toch heb ik het idee dat ze er ’s nachts nog steeds is. Ik ben nu ook bang in de slaapkamer en slaap niet meer in het donker, als ik alleen ben. Ook als mijn man thuis is, voel ik de geest in de slaapkamer staan. Ik zou graag willen weten wat dat betekenen kan. Ik vind het eerlijk gezegd wel een beetje eng. Ik hoop dat je me antwoord kunt geven en mij kunt zeggen wat ik moet doen om van die angst af te komen. (Mw. C.Z. uit E.)
De angst voor de dood is hij jou al begonnen toen een mannelijk persoon in jouw familie overleed. Je was toen zeven jaar. Het was een oudere man. Deze man mocht jou heel graag. Sinds die tijd ben je steeds angstig gebleven, niet voor de dood op zich, maar omdat je iemand moest missen waar je geestelijk heel veel aandacht van kreeg. Thuis kreeg je die aandacht veel minder. Je werd een beetje aan je lot overgelaten. Zo voelde je dat. Ik denk dat dat gevoel ook niet helemaal waarheidsgetrouw is geweest, want als ik je moeder zie, dan zie ik een vrouw die al jarenlang overspannen was en problemen met zichzelf had. Daardoor had zij erg veel moeite met het opvoeden van zo’ n groot gezin. Je begrijpt dat, als je moe bent, je vaak alles teveel is. Daarna kwam er een periode in je leven dat je je af en toe wat eenzaam voelde en ook behoorlijk overspannen was. Dat was in de periode dat je in verwachting was van je zoontje. Je had toen af en toe het gevoel: hoe moet dat nu verder, straks zijn er twee en dan heb ik nog meer te doen. Afleiding had je nauwelijks, alleen maar het huishouden. Dat was eigenlijk niet zo’n gezonde situatie. Toen kwam de verschijning van je moeder die vroeg of je mee wilde gaan. Dat was niet letterlijk de bedoeling, maar het stelde jou voor een soort keuze: geestelijk geheel en al bij je gezin te blijven of nog verder overspannen te worden. Dat laatste is niet gebeurd. Je bent opgeknapt en je kreeg weer plezier in het leven. Daar heeft je moeder je mee geholpen. Doe dus ’s nachts maar rustig het licht uit, want je slaapt veilig onder bescherming van iemand waar je vroeger nogal eens aan getwijfeld hebt, maar waar je nu juist zoveel op lijkt, omdat zij met haar gezin dezelfde ups en downs heeft meegemaakt.
Tikje
Al jaren wordt mijn leven vergezeld van een tikje. Het is zacht en klinkt als een snel uurwerkje. Het zit overal en is verplaatsbaar. Het zit in de jampot, een schilderij, een lamp, in de boekenkast enz. Het kan zowel boven als beneden zijn. Het is ongeveer tien jaar geleden begonnen. Ik was op een avond alleen thuis en zat aan de tafel te breien toen ik een tikje boven mijn hoofd hoorde. Ik raakte wat in paniek, want het zweefde maar om mij heen, ook toen ik de gang in ging. Ik dacht dat er misschien ergens een horloge lag te tikken, maar ik kon niets vinden. Ik heb er een paar weken mee rondgelopen en dacht toen: het zal wel verbeelding zijn geweest. Op een avond was het er weer en ik vertelde het aan mijn man. Hij was opgelucht, want hij had het ook gehoord. We hebben alles nagekeken, stroom, gaskachel enz. Niets wees erop dat er iets tikte. We wonen nu in een ander huis, maar het tikje is met ons meegegaan. Het zit weer overal. Ook mijn zes kinderen horen het. Mijn jongste van zestien jaar, een meisje, wordt er onrustig van en kan er niet van slapen. Laatst op een avond zaten we rustig te praten bij de tafel. Opeens hoorden we het in de bloemenvaas. Als je er tegenaan tikte, hield het even op om daarna driftig verder te gaan. Het zit niet in de meubels. We hebben alles in de loop der jaren vernieuwd. Kunt u mij zeggen wat dat horlogetikje kan zijn? (Mw. G.N.B. uit B).
Ja, wat moet je nu met zo’n tikje. Het is hier, het is daar. Het zit niet in de meubels, niet in de lamp. Het is eigenlijk al heel erg vertrouwd. U zou er gek van staan te kijken als het ineens weg zou zijn. Ik kan mij er zelfs zo af en toe wat sigarenlucht bij indenken en de geur van buiten. Ik zie een landschap uit de twintiger jaren, rustig, af en toe een oude boerenkar op de keien. En dan dat huis, die prachtige oude boerderij, niet groot, maar o zo gezellig. Een vrouw met een donkere schort voor is bezig de melkbussen schoon te maken. Een kat loopt miauwend om haar heen. Een hond blaft en de kippen komen gevaarlijk dicht in zijn buurt. Op het land is een man aan het werk met een eg. Hij weet dat er straks een vers stuk wit brood met kaas en boter op hem wacht. In de verte komen de kinderen al weer thuis van school. de jongens in hun veel te wijde broek, de één een te kleine pet op, de ander een te grote, maar ruilen, nee hoor. Daar komt ruzie van. De meisjes, het zijn er drie, lopen wat te giechelen, omdat zij vanmorgen bij een van de jongens stiekum iets op de rug hebben geschreven met zo’n ouderwets bordekrijtje. U zult wel denken: wat moet ik daar nu mee. Dat is echter het beeld dat ik bij het tikken kreeg. Ik vind het heerlijk. Naar zoiets kan ik wel uren blijven kijken. Helaas, het komt nooit meer terug. Wat er terugkomt, is een geluid, het geluid van een ouderwets zakhorloge dat opa alleen ’s zondags droeg, en bij speciale gelegenheden. Die tik is het tikje bij u thuis en brengt bij u thuis de rust die in deze jachtige tijd zo broodnodig is. Wees dus blij met dit tikje, want het hoort bij uw beschermengel “opa”.
Reactie: tikje
Uw antwoord was erg treffend. Ik ging als kind vaak naar een prachtig,rustig dorp in Friesland waar de familie van mijn vader woonde. Ik logeerde dan bij beppe. Pake is al heel vroeg gestorven en ik heb hem nauwelijks gekend. Ik sliep dan bij beppe in de bedstee. Je moest er altijd inklimmen, omdat het zo hoog was. Dan liet je je vallen en je zonk weg in een veren bed met lakens die roken naar kamfer en lavendel. Het was een feest om bij beppe te zijn. Zij leerde mij geduld te hebben,liefde te geven. Mijn moeder vertelde me dat jouw beschrijving precies klopte. Ze vertelde mij ook dat pake een gouden zakhorloge had, een familie-erfstuk. Bij het overlijden van pake moest beppe dit horloge aan mijn vader geven, maar hij wilde het niet. Toen kreeg mijn oom het in bewaring op voorwaarde dat hij het bij overlijden aan mijn broer zou moeten geven. Mijn oom is vijftien jaar geleden gestorven, maar het horloge is nog steeds niet teruggegeven. Ikzelf heb het gevoel dat het tikje hier wat mee te maken heeft. Ik voel het tikje inderdaad een beetje als mijn beschermengel. Het gaf mij troost in de moeilijke tijden die ik met mijzelf en mijn gezin heb gehad.
Oom
Ongeveer zes weken geleden, het was op een zondagavond, lag ik in bed een beetje weg te dommelen. Opeens hoorde ik voetstappen. Ik richtte mijn hoofd op en keek vanuit de slaapkamer naar de gang, maar ik zag niets. Toen hoorde ik voor de tweede keer die voetstappen. Ze kwamen op mijn bed af. De derde keer kwamen ze helemaal bij mijn bed. Het was net of iets me wilde pakken of aanraken. Het enige wat ik kon doen was een beetje mijn hoofd wegdraaien. Ik verstijfde helemaal. Mijn man lag naast me te slapen. Normaal zou ik hem geroepen hebben, want ik was verschrikkelijk bang. Maar ik kon niets doen, ook niet toen het weg was. Ik heb het tegen mijn moeder verteld en na een paar dagen dacht ik er niet meer aan. Tot nu. Mijn moeder is op het ogenblik bij mij in huis, omdat haar vriend in het ziekenhuis ligt. Ze slaapt in de slaapkamer van mijn dochtertje. Vanmorgen kwam ze een beetje ontdaan uit bed. Ze had vannacht hetzelfde meegemaakt als ik toen. Ze was wakker geworden van een soort geruis. Ze deed haar ogen open en zag een hele grote man naast haar bed staan. Hij was breed, heel donker van kleur, heel grote ogen en ontzettend grote handen. Opeens bracht hij zijn hand onder mijn moeders rug en verplaatste hem tot twee keer toe van haar kuiten naar haar nek en weer terug. Het was net alsof ze opgetild werd. Ze verstijfde helemaal, kon niet roepen of zich bewegen. Eindelijk zag ze hem door het open raam verdwijnen. Ze is toen opgestaan, heeft het raam dichtgedaan en is naar het toilet gegaan. Ze was dus echt wakker. Volgens haar heeft ze het ook bewust meegemaakt en was het geen droom. Kun je ons vertellen wat het is geweest? Ik vind het zo raar dat ik het het eerst heb meegemaakt en nu mijn moeder, nu ze bij ons in huis is. Ik durf het tegen niemand te vertellen. Het lijkt zo onwerkelijk. Ik heb het ook nu pas, nadat mijn moeder dit overkomen is, aan mijn man verteld. En nu ben ik bang. Ik raak het niet meer kwijt. Ik moet er steeds aan denken. (Cora v.R. uit N.)
Misschien is de uitleg van jouw ervaring een hele vreemde. Maar ik zal het zo goed mogelijk aan je proberen uit te leggen. De ervaring die je ’s nachts hebt gehad, heeft alles te maken met je man. Wat hij onbewust in zijn slaap meemaakte, heb jij gezien. Jouw man zat in een crisis met zijn werk en een heleboel andere dingen. Hij is een nogal naar binnen gekeerd persoon. Hij uit zich moeilijk en vraagt niet gemakkelijk om hulp. Maar zijn onderbewustzijn heeft deze kreet om hulp toch uitgezonden. En wie kwam daar op af: oom Herman. Oom Herman was een vroegere huisvriend van het gezin waarin je man is opgegroeid. Het was niet een echte oom, maar zij noemden hem allemaal zo. Deze man liep iets mank en af en toe met een stok. Je man – oom Herman heeft het misschien nooit laten blijken -was zijn oogappel. Deze geestelijke band, die oom Herman met je man had zonder dat hij het wist, is ook na zijn dood gebleven. Hij is dus eigenlijk jouw mans geleidegeest geworden. En toen jouw man het moeilijk had, kwam oom Herman om hem te helpen. Dat hij dit gedaan heeft, bewijst alleen al het feit dat de crisis bij jouw man voorbij is. En wat betekent dit nog meer? Als jouw man terugdenkt aan vroeger, dan zal hij tot de conclusie komen dat deze oom altijd een enorme rust uitstraalde. Je werd in zijn nabijheid altijd heel ontspannen en je voelde je prettig als hij er was. Hij had dus magnetische gaven. Eigenlijk was hij altijd al een geestelijk paranormaal genezer en dat heeft oom Herman nogmaals bewezen door jouw moeder die nacht te behandelen. Ik ben blij dat jullie deze brief aan mij geschreven hebben zodat ik een stukje van de puzzel mee kon helpen oplossen. Maar ja, toeval bestaat niet. Het moest via deze weg. De uiteindelijke boodschap luidt dan ook dat oom Herman heel duidelijk aangeeft dat jouw man met hulp van hem waarschijnlijk zelf ook een deel van deze gave bezit. Laat hem er maar eens over nadenken en er wat over lezen. Ik denk dat hij in de toekomst zelf ook mensen kan helpen. Wees blij met zo’n sterke en bewuste hulp als oom Herman aan gene zijde.